Kleine Notities

Bewust & Sociaal Leven

De grote wereld, dus.

De grote wereld

Ik heb allerlei berichten in de planning staan, maar eerlijk gezegd kan ik me er even niet toe zetten om bezig te zijn met Gilmore Girls of een prentenboek. Dat komt wel weer. En vast ook snel. Maar nu nog even niet.

Toen ik dinsdag postte over “de grote en de kleine wereld” en mijn rol daarin, had ik eerlijk gezegd geen moment stil gestaan bij de verkiezingen in de VS. Laat staan Trump. Het ging over een gevoel dat breder is en al langduriger aanwezig. Maar laten we eerlijk zijn: Trump maakt het allemaal net wat directer relevant. Of maakt de relevantie directer zichtbaar. Take your pick.

Ik kan een lijstje maken (anti-feminist; discriminering van LGBTQ+, POC, moslims; wereldpolitiek/America first; etc), maar laten we zeggen dat Trump en ik niet op een lijn zitten. Totaal niet.  En ik wil er voor waken dat dit een “ver van mijn bed show” wordt. Want ja, het is Amerika en het politieke systeem is daar anders en de samenleving is (deels) anders ingericht. Maar zó anders is Wilders niet. Zó anders zijn sommige discoursen in de samenleving niet. Zó weinig impact heeft Amerika niet in directe en indirecte zin.

De afgelopen 24 uur ben ik constant lijstjes aan het maken in mijn hoofd, van dingen die ik wil doen. Van dingen die ik wellicht kan doen. Niet alleen in relatie tot Trump. Of de aankomende Nederlandse verkiezingen. Maar breder. Als ik vind dat er dingen verkeerd gaan, dan zal ik dat bespreekbaar moeten maken, het aankaarten, actie ondernemen, kortom: iets doen. Hoe klein, zelfs miniscuul, mijn bijdrage ook is. Be the Change. In kleine en in grotere zin. En daar ga ik dus de komende tijd over nadenken.

Ik ben dus gemotiveerder om met die grote wereld aan de gang te gaan. In kleine stapjes, zoals ik het eerder al zei. Overigens betekent dat niet dat boeken, muziek, film, moederschap en lifestyle van mijn radar verdwijnen. Maar vandaag speelt voor mij vooral even dat andere. Ik hoop dat jullie dat begrijpen.

De Kleine en de Grote Wereld.

De kleine en de grote wereld

Eens in de zoveel tijd struikel ik in het dagelijks leven over de gedachte dat mijn kleine wereld thuis en de grote wereld “daar buiten” enorm met elkaar wringen. Het is een gedachte die al jaren eens in de zoveel tijd de kop opsteekt. Zo op die momenten dat je even gedwongen voor je uit staart, nadenkt, en ergens terecht komt waarvan je niet per se had gedacht dat het ging gebeuren. Het is een gedachte die niet per se leuk is, die ik misschien het liefst weer van me afschud, maar die ik eigenlijk altijd probeer vast te houden omdat er iets in verborgen ligt wat ik heel belangrijk vind, ook al is het me nog niet gelukt het een plekje te geven.

Het waren altijd flashes, meestal tijdens een treinreis of een autorit. Want er is iets in die verplaatsing die, als je er bij stilstaat, enorm absurd is. Dat wij hier het de normaalste zaak van de wereld vinden dat we in een autonaar ons werkmet z’n allen, etc. Dat je in een machine zit, door mensen gemaakt, die op een stuk asfalt door wat vast ooit een natuurlandschap was, rijdt. Terwijl er buiten dit lokale veel meer gebeurt waar je dan niet bij stilstaat. Terwijl er niet eens zo heel ver weg mensen een bijzonder moeilijk leven lijden. En hoe raar het is dat zoiets kleins als op tijd komen belangrijk is in het perspectief van de aarde en het klimaat. Hoe genormaliseerd het is om je met dat laatste niet bezig te houden. Hoe onwerkelijk het soms zelfs lijkt, zodat je concentreren op het dagelijkse gebeuren als autorijden al moeilijk genoeg is.

Tegenwoordig zijn het iets meer dan flashes. Het is een gedachte geworden die bij me blijft door de dag heen. Dat ik heel gelukkig ben in de kleine wereld van mijn gezin en mijn familie. Dat ik zoveel plezier kan hebben om de kleine pleziertjes van mijn kinderen en dat ik daardoor aan het einde van de dag met een glimlach terug kan kijken op de chaos die het was. Dat ik kan uitzien naar de dagen, weken, maanden en jaren die nog komen. Maar dat ik tegelijkertijd mijn ogen niet wil sluiten voor al dat andere. Voor de “grote wereld”. Voor de kinderen die in Aleppo onder het puin verdwijnen. Voor de polarisering in een samenleving waar feiten en invoeling steeds minder belangrijk lijken te worden. Voor de bootvluchtelingen die verdrinken en waar je nauwelijks meer wat over hoort. Of over klimaatverandering en hoe belangrijk ik dat vind, maar dat ik dan toch de volgende dag met de kinderen naar opa en oma rijd in de auto. En dat ik dan wel even bedenk: ohja! maar dat ik ook weer niet omkeer.

Het is een heen en weer worden geworpen tussen gelukkig zijn en schuldgevoel, tussen wat willen doen en niet weten of je de tijd hebt, of je weet wat je moet of kunt doen, maar ook dat je weet dat je misschien niet genoeg je best doet om die tijd te maken.

En zo zat ik dan afgelopen zaterdag hartstochtelijk te huilen in de auto. We waren op weg naar een verjaardag van vrienden. Die ochtend was TNS-NIPO langs geweest voor een onderzoek en mijn vriend was geschrokken van mijn gemengde antwoorden over geluk en mijn hoop voor de toekomst. En dus hadden we het over deze worsteling. Niet dat er antwoorden kwamen, maar het bespreken is soms al heel wat.

Onze gezamenlijke conclusie was: het eerste wat je kunt doen is in kleine stapjes denken. De wereldproblematiek oplossen, dat wordt ‘m niet. Maar misschien kan je de twee werelden verenigen door ze waar mogelijk bij elkaar te brengen in het dagelijks leven. Het was een gedachte die ik al veel vaker had gehad, maar het is soms goed om die voor jezelf te herhalen.

Overigens was dit ook waarom ik ooit dit blog begon. Enerzijds om vaker stil te staan bij de kleine mooie dingen in mijn leven. En ja, dat probeer ik al wel door te voeren. Anderzijds: om naast het deconstruerende van mijn promotieonderzoek te kijken naar hoe ik constructief iets bij kan dragen aan de vraagstukken die mij aan het hart gaan. Dat valt me niet makkelijk, want het deconstructieve van het doorvragen, het “maar creëert dit dan niet ook weer ongelijkheid?”, etcetera, zit er heel diep in inmiddels. Maar ik wil er niet door verlamd raken. Ik begon dit blog om me te ontworstelen aan die verlamming (hoewel ik me geen illusies maak dat dat ooit echt lukt).

Als ik nu de balans opmaak moet ik erkennen dat ik dat idee achter dit blog een verborgen idee bleef. Ja, het staat in mijn beschrijving, maar ik bracht het nog niet in de praktijk. Het valt mij makkelijker om over de kleine dingen in mijn leven te praten. Ik heb daarin een hele groep blogs ontdekt die mij enorm inspireren (en ook later zien dat het hier nog zoveel beter kan). Oh, op dat andere vlak lees ik ook een aantal blogs hoor. Maar als ik me daar dan mee vergelijk, dan denk ik: waarom zou ik eigenlijk een poging doen hier iets over te schrijven. Anderen zijn al zoveel verder. Doen het al zoveel beter. Slagen er in om dingen 100% door te voeren waar ik alleen nog maar bedenk dat ik er misschien eens mee bezig moet gaan…

Het rare is dat ik dat bij de blogs over dagelijks leven ook voel, maar dat ik me daar dan niet in laat tegenhouden. Dat ik daar eerder mijn schouders over kan ophalen en kan denken dat ik het dan wel niet nearly sufficient doe, maar dat dat nou eenmaal is wie ik ben. Dat andere? Dat moet ik me nog eigen leren maken. En daarin zijn zoveel valkuilen. Zijn er zoveel: ja maar wat als ik iets zeg wat niet klopt-s, zijn er zoveel manieren waarop ik weet dat ik mijn idealen tegenspreek met mijn daden, dat ik de stap soms niet durf te zetten. Maar ik wil het wel. En misschien, heel misschien, lukt het me hier iets mee te doen door eerst dit maar eens te posten.

Foto door Andrew Ridley, via Unsplash.

Het einde van “maar het is zonde want…”: Het “Use It!” Project

Konijntje + boek

“Dit lijkt me zo’n mooi boek, die kan ik beter in de vakantie lezen.” “Ik kan dit beter opzij leggen voor een speciale gelegenheid, straks raakt het verwassen of gaat het stuk.” “Misschien als ik later de tijd heb kan ik hier iets veel mooiers van maken dan ik nu zou kunnen.” “Oh, dit ziet er mooi uit, dat kan ik maar beter bewaren.”

En dan nog zo’n 1000 variaties van hetzelfde.

Ik ben een ster in dingen willen bewaren, of denken dat het zonde is om het nu te gebruiken, want later. Ik deed het als kind al als ik van Sinterklaas dat ene speciale gewenste knutselpakket kreeg: dat maakte ik dus niet want stel dat ik het niet zo mooi maakte als ik wilde en dat ik het op een later tijdstip veel beter had gekund, of dat het simpelweg op zou gaan en het zag er zo leuk uit dat ik echt niet wil dat het op raakt…

Zuinigheid is een deugd en daar ben ik het zeker mee eens, maar niet op de manier waarop ik het vaak toe pas. Want in mijn geval betekent het dat er een heleboel dingen blijven liggen. En uiteindelijk verstoffen in de kast. Of over datum gaan. Of nooit gebruikt worden omdat die ene speciale maar ongedefinieerde gelegenheid nooit komt.

Daar moet dus verandering in komen, en vandaar introduceer ik vandaag: Het einde van “maar het is zonde want..” project, of eigenlijk: het “Use it!” project.

De komende tijd ga ik proberen om de dingen die ik in huis heb maar om verklaarbare en onverklaarbare redenen altijd apart houd of bewaar, uit te proberen, te gebruiken. Want als het zonde is als het stuk gaat, op raakt, of niet helemaal perfect wordt, dan is het zéker zonde als het überhaupt niet wordt gebruikt.

Ja, dat klinkt heel logisch. Maar voor mij is het best wel een omslag om zo te leren denken.

Niet dat ik wil leren verspillen. Nee, dat juist niet. Het is een balans. Maar die balans klopt bij mij van geen kant, waardoor ik eigenlijk ook verspil. En natuurlijk hangt dit samen met andere dingen. Een soort van leren streven naar imperfectie (waarover een andere keer meer).

Ik zie er naar uit om de komende tijd mijn kasten in te duiken. Dingen te gebruiken. Of te bedenken hoe ik ze een nieuw (te)huis kan geven, op een wijze die recht doet aan het object.

Ben jij ook iemand die dingen het liefst bewaard voor later? Eigenlijk altijd voorzichtig wil zijn of bang bent dat er misschien wel een beter moment komt? Hoeveel spullen heb je in huis die je niet gebruikt maar eigenlijk wel wilt gebruiken?

P.S. Ja, dit is een soort van mijn eigen invulling van het Spark Joy principe. Maar dan ook weer niet helemaal, want ik heb ook zo mijn bedenkingen bij (de toepassing van) Marie Kondo.

Mama Dingen: Katoenen Zoogcompressen

Ik zit dus al tijden tegen deze titel aan te hikken. Katoenen Zoogcompressen. Het voelt zo… I don’t know. Niet vrolijk en inspirerend in ieder geval. Maar ik heb er wel degelijk schik van. Dus bij deze..

Persoonlijke achtergrond

Toen ik Pim borstvoeding gaf kreeg ik rond de zes maanden een borstontsteking. En niet een klein beetje. Twee antibioticakuren verder leek het over, maar toch bleef ik iedere paar weken tegen een ontsteking aanhikken. En dus moest ik met 8 maanden een punt zetten achter borstvoeding. Ik deed het met gemengde gevoelens: ik wilde eigenlijk niet, maar voeden was inmiddels zo’n strijd en zo pijnlijk geworden dat ik ook wel een beetje opgelucht was.

Waarom ik borstontsteking kreeg is niet helemaal duidelijk. Wel had ik vaak last van kloofjes, had ik een aantal keer spruw, en zat het er dus in dat er een keer een bacterie binnen zou dringen.

Dus, als ik één grote angst had toen ik bij mijn dochtertje weer met borstvoeding begon dan was het wel spruw, kloofjes en daarmee de kans op een borstontsteking. Want als het even kon wilde ik nóóit meer borstontsteking. Echt, 10x liever een bevalling dan een borstontsteking qua pijn. Ik nam dan ook allemaal voorzorgsmaatregelen: alles wat in contact is geweest met moedermelk gaat meteen in de was, op minstens 60 graden. Ik heb suiker geminderd. Ik probeer vaak kurkuma en kaneel te eten. En ik wilde andere zoogcompressen: niet van die synthetische, maar katoenen.

katoenen zoogcompressen
Links: katoenen wasbare zoogcompressen van Carriwell na 5 maanden gebruik, rechts: de wegwerp katoenen zoogcompressen van Cottons.

Katoenen zoogcompressen

Zodoende dus: katoenen zoogcompressen. Minder broeierig, minder kans op bacteriegroei. En: ook nog eens minder vervuilend, want minder afval.

Ik kocht 2 setjes van 6 katoenen wasbare zoogcompressen van Carriwell (10-12 euro per setje). Daarmee kan ik een aantal dagen vooruit. En in die tijd draai ik toch wel weer een witte was, want: spugende baby en dus een eindeloze hoeveelheid vieze spuugdoekjes en hydrofielen.

Ik vind de wasbare zoogcompressen ideaal. Granted, ze zijn in de aanschaf wat duurder, maar je verdient die kosten echt zo terug omdat je niet keer op keer dozen wegwerpcompressen hoeft te kopen. Overigens heb ik die óók van katoen (van het merk Cottons), voor die dagen dat ik de was niet helemaal heb bijgehouden.

Oordeel

Ik ben erg blij dat ik ervoor heb gekozen om katoenen wasbare zoogcompressen te kopen. Ik heb het idee dat dit milieubewuster is dan wegwerpcompressen. En het is dus minder broeierig dan synthetische zoogcompressen. Wel is het zo dat de wasbare compressen iets meer afsteken in strakke kleding. Voor die dagen dat ik strakke kleding draag, buitenshuis werk en een stoffen BH aanheb gebruik ik dus soms de wegwerpcompressen van Cottons. Die laatsten zitten overigens per stuk verpakt, niet heel milieuvriendelijk dus.

Overigens had ik achteraf wel beter iets meer online rond kunnen kijken. Ik ben nu namelijk gewoon naar de balie gegaan van de dichtstbijzijnde babywinkel en daar hadden ze alleen Carriwell. Online vond ik al snel zoogcompressen van Imse Vimse en Little Lamb die me iets prettiger lijken, plus dat ze van biologisch katoen zijn en dat geeft dan toch nog weer een beter gevoel.