Kleine Notities

Boeken en Lezen

Kinderboekenweek: Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft

Tijdens de Kinderboekenweek blog ik iedere dag over een kinderboek. Vandaag: Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft.

– – –

Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft
Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft – W. Holzwarth & Wolf Erlbruch // Uitgeverij: Vries Brouwers

Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft.. Wat een lange titel he?

Nog zo’n oude bekende natuurlijk. En ja, ook deze kocht ik omdat ik me nog meende te herinneren dat ik dit zelf als kind een leuk boekje vond. Hoewel ik me dan weer niet bewust herinner dat ik het las.

Ook hierbij had ik overigens mijn twijfels in het begin. Vooral omdat Pim ‘m al heel snel uit de kast trok en de zinnen per pagina eigenlijk wat te lang waren op dat moment.

Maar nu? Nu kan Pim het bijna woordelijk mee kletsen, zo vaak hebben we het gelezen. Het is een van die vertrouwde boekjes bij ons thuis, net als Mama Kwijt en Ik zou wel een kindje lusten.. We pakken “Kleine Mol” (zoals wij het boekje noemen) dan ook vooral als Pim super moe is. Of als hij allemaal nieuwe indrukken te verwerken heeft en iets herkenbaars rust geeft. Lees: we hebben dit boekje zó vaak gelezen in de tijd dat hij van kamer verhuisde en zijn zusje geboren werd.

Het verhaal is vast bekend: een mol steekt zijn kop boven de aarde en dan landt er een drol op zijn hoofd. Alleen heeft hij niet gezien van wie die was. En dus gaat hij op onderzoek uit. Hij vraagt allerlei dieren: “heb jij soms op mijn kop gepoept?” En die dieren doen vervolgens één voor één voor hoe zij poepen, om hun onschuld te bewijzen.

De aantrekkingskracht zit ‘m natuurlijk in de poep. En de vele dieren die langskomen. En alle poep. En het feit dat er bij iedere poep een geluidje past. (Dit boekje is vooral favoriet als papa bij ons voorleest, want hij is beter in geluidseffecten). Ik ben eerlijk gezegd niet zo van de poep en plas humor, maar bij dit boekje werkt het.

Ikzelf begon na een aantal keer lezen vooral de cadans van de tekst heel prettig te vinden. De tekst doet daarin wat Duits aan soms (maar ja, het is oorspronkelijk ook een Duits boek). Door het ritme waarin de zinnen gestructureerd zijn leest het boek heel lekker weg. En ook al voelde het in het begin als een erg lang verhaaltje voor een kind van anderhalf, nu is het zo uit.

Kortom: Pim vindt dit boek fantastisch en zou zeggen dat het helemaal terecht is dat het op de 1001 Kinderboeken lijst staat (als hij die woordenschat had dan hé). Ik ben het daar eigenlijk wel mee eens, alleen al omdat ik zie met hoeveel plezier Pim telkens weer dit boekje leest.

Kinderboekenweek: Ik zou wel een kindje lusten van Sylviane Dennio en Dorothée de Monfreid

Tijdens de Kinderboekenweek blog ik iedere dag over een kinderboek. Vandaag: Ik zou wel een kindje lusten van Sylviane Dennio en Dorothée de Monfreid.

– – –

Ik zou wel een kindje lusten - Sylviane Donnio en Dorothée de Manfreid
Ik zou wel een kindje lusten – Sylviane Donnio, met illustraties van Dorothée de Manfreid // Uitgeverij: Gottmer

“Mama, wil kleine krokodil lezen”. Dat zegt mijn tweejarige peuter geregeld. Er zit iets in dit verhaal over een kleine krokodil dat Pim enorm aantrekt.

Bij ons heet Ik zou wel een kindje lusten dus gewoon “de kleine krokodil”, maar de echte titel geeft de inhoud wel een stuk beter weer: de avonturen van een kleine krokodil die graag een kindje wil eten, maar dat van zijn papa en mama krokodil niet mag.

De grap voor ouders zit ‘m er natuurlijk in dat de kleine krokodil van alles als alternatief voor het gewenste kindje wordt aangeboden, dingen die een krokodil in het echt natuurlijk nooit zou eten: bananen, een worstje, een chocoladetaart.. En dat daarnaast datgene wat ons als mensen bang maakt voor krokodillen (dat ze ons op kunnen eten), in dit verhaal als een belachelijk idee wordt gepresenteerd.

Het is de wereld op z’n kop. En ook al weet mijn tweejarige dat rationeel nog niet, toch heeft hij het door. Op zijn manier is dat natuurlijk óók het geval. De krokodil weigert immers precies die dingen te eten die mijn peuter het einde vindt.

Ohja, en het niet willen van iets is natuurlijk ook erg herkenbaar. Het starre en besliste volhouden in het “nee” zeggen (hoewel dat hier iets netter gebeurt dan bij ons rond etenstijd: “nee, dankje mama”). Extra leuk natuurlijk omdat papa en mama krokodil hard hun best doen om de kleine krokodil tegemoet te komen.

[Pssst: dat is natuurlijk niet alles. Ik zou wel een kindje lusten is een grappig verhaal. Met hele vrolijke illustraties. Ik word er zelf ook altijd vrolijk van als ik het voorlees. En dat is best vaak].

Kinderboekenweek: Doos van Min Flyte

Tijdens de Kinderboekenweek blog ik iedere dag over een kinderboek. Vandaag: Doos van Min Flyte  

– – –

Doos - Min Flyte
Doos van Min Flyte. Met illustraties van Rosalind Beardshaw // Vertaald door: J.H. Gever // Uitgeverij: Gottmer

Pim heeft een heleboel favoriet speelgoed. Maar je maakt hem misschien wel het allerblijst met een doos. En eens in de zoveel tijd is het raak. Dan moeten we bijvoorbeeld een nieuwe stofzuiger en stort Pim zich op de doos. Die dan vervolgens ook niet meer uit de kamer komt totdat het echt niet meer gaat (lees: hij is stuk na al het spelen, of we hebben er gewoon genoeg van na wekenlang om het ding heen stappen en stoppen hem stiekem ’s avonds bij het oud papier).

Voor Pim kan een doos echt van alles zijn: een bed, een stoel, een garage (voor de loopfiets), een boot, een huisje voor de knuffel, en ga zo maar door. Dat is natuurlijk precies het leuke aan dozen. En daar gaat dit prentenboek over.

Op de eerste pagina van Doos ontmoeten we Thomas. Hij heeft een klein doosje met daarin een trommel. Op de pagina’s die volgen komen steeds weer kinderen in beeld die allemaal een doos hebben met iets daarin. Uiteindelijk zie je de kinderen niet alleen met hun speelgoed spelen, maar juist ook met de dozen. Opgeteld zijn er namelijk een heleboel dozen bij elkaar. En daarmee kan natuurlijk van alles gemaakt en gespeeld worden.

Doos is een flapjesboek. En een uitklapboek. En door die hulpmiddelen wordt het een heel vrolijk en grappig boek. Die vrolijke uitstraling wordt nog verstrekt door de kleurrijke tekeningen van Rosalind Beardshaw.

Overigens is het voor Pim’s leeftijdsgroep (2 jaar) ook best een beetje een spannend boek. Wat zou er in de doos zitten? Wat zou er gebeuren als je de pagina uitklapt? Doos speelt dus heel erg in op de nieuwsgierigheid en ontdekkingslust van peuters. En daarmee wordt het een heel plezierig boek om te lezen.

En Pim? Hij vindt het een heel leuk boek. Hoewel het hem natuurlijk op zich niet verbaasd dat je van alles met een doos kunt doen. Toch, de dingen die ermee gedaan worden zijn wel nieuw voor hem. Dat is ook niet zo gek. Want hij is pas net twee, en Doos is denk ik een boek dat je ook heel goed met kinderen van drie of vier kan lezen. [en dat blijkt: achterin het boek zit een vel om je eigen doos mee te knutselen. Nog echt te hoog gegrepen voor Pim, maar wel een hele leuke en passende extra voor dit boek].

Aanbevolen? Ja zeker. Pim kreeg dit boek voor zijn verjaardag van een oud-tante. Het was een heel erg raak cadeau.

Kinderboekenweek: Waar is Dribbel? van Eric Hill

Tijdens de Kinderboekenweek blog ik iedere dag over een kinderboek. Vandaag: Waar is Dribbel? van Eric Hill.

– – – 

Waar is Dribbel? - Eric Hill
Waar is Dribbel – Eric Hill // Vertaald door: Gerda Wijmans-van Dillen // Uitgeverij: Van Holkema & Warendorf

Tuurlijk, iedereen kent Waar is Dribbel? van Eric Hill. Het is een klassieker. Ik kocht hem voor Pim omdat ik hem me nog herinnerde uit mijn kindertijd.

Maar is het nog steeds een leuk boek om met je kind te lezen?

Had je me dit een half jaar geleden gevraagd, dan was mijn antwoord niet per se “ja” geweest. Dit was niet het favoriete flapjesboek van Pim. De kiekeboe-boekjes die ik met hem las waren veeleer favoriet en ik dacht dan ook dat dit misschien indertijd een nieuw en mooi boek was, maar dat het inmiddels misschien niet meer de beste in zijn soort was.

Als we Waar is Dribbel lazen vermaakten we ons altijd wel, maar het voelde toch altijd een beetje onaf. Ook al hadden we er inmiddels een heel ritueel omheen. Ieder dier maakt een geluid. Bij de krokodil hoort een hand die in z’n bil bijt, etcetera. Ja, vermakelijk, maar fantastisch?

Nou is de beste in zijn soort zo’n claim die ik sowieso niet wil maken. Toch wil ik inmiddels mijn mening ietwat bijstellen. Waar is Dribbel? wordt namelijk wel erg vaak tevoorschijn gehaald door Pim als hij mag kiezen welk boekje we gaan lezen. En hij vindt hem nú met 2 jaar leuker dan een half jaar geleden. Misschien juist omdat hij hem inmiddels uit zijn hoofd kent en dus bij ieder deurtje precies weet wie er tevoorschijn gaat komen en dat het liefste al tijdens het openmaken van een flapje zegt? Herhaling als key zeg maar. En ik denk echt dat dit boekje het van de herhaling moet hebben.

Bottom-line: Waar is Dribbel? is nog steeds niet mijn favoriet. En ook niet per se die van Pim. Maar op die momenten op een dag dat hij eventjes tussendoor wil bijkomen is dit wel het boek dat hij graag pakt. Herhaling en herkenbaarheid werken juist op die momenten perfect. Kortom: Niet voor niets een klassieker.

– – –

Waar is Dribbel? maakt deel uit van de 1001 kinderboeken lijst en valt daarmee binnen mijn Kinderboeken Project.

Kinderboekenweek: Mama Kwijt van Chris Haughton

Tijdens de Kinderboekenweek blog ik iedere dag over een kinderboek. Vandaag: Mama Kwijt van Chris Haughton.

– – –

Mama Kwijt - Chris Haughton
Mama Kwijt – Chris Haughton // Uitgeverij: Gottmer

 

Mama Kwijt is een prentenboek over een uiltje dat uit het nest van haar moeder valt. Met hulp van Eekhoorn gaat Kleine Uil op zoek naar Mama: “Ze is heel groot” (Nee, geen beer), “Ze heeft puntige oren” (Nee, geen konijn), “Ze heeft grote ogen” (Nee, geen kikker).

Dit boek was een instant favoriet van Pim. Al vanaf dat hij een jaar was ongeveer. Maanden lang lazen we het boek iedere dag. En nu, een jaar later, lezen we hem nog steeds geregeld.

Wat maakt het zo aansprekend? Ik denk de prachtige tekeningen. De beschrijvingen en de “nee, dat is niet mijn mama” momenten. Het fijne lieve einde (alles komt natuurlijk goed!) en het cyclische karakter van het boek (het einde sluit aan op het begin). Oh, en je kunt als ouder de beschrijvingen van mama uitbeelden, wat meteen tot meer interactie leidt en ook nog eens begrippen als groot en klein, oren en ogen, naar voren brengt.

Ja, na maandenlang dit boekje te lezen wordt je er als ouder misschien wat moe van, maar eigenlijk eigenlijk is het ook gewoon een fantastisch boek.

– – –

Mocht Mama Kwijt nu ook bij jullie een favoriet worden, dan zijn er gelukkig nog twee andere boeken van Chris Haughton waar je naar kunt uitwijken:

sttt-we-hebben-een-planSttt! we hebben een plan: Dit boekje over 4 mannetjes die steeds proberen een vogel te pakken “Een, twee, drie…NU!” werkt gedeeltelijk volgens hetzelfde principe als Mama Kwijt. Zelfde mooie tekeningen ook. Toch is het verhaaltje wat langer en vraagt het dus meer van een kind. Niet per se voor vanaf 1 jaar dus. Tegelijkertijd: Pim vindt ook dit boek prachtig om te lezen.

stoute-hondStoute Hond! Ja, na 2 succesnummers ga je op zoek naar nog een boek van Haughton. Deze gaat over een hond die allemaal stoute dingen doet als zijn baasje van huis gaat. Wellicht is het omdat wij geen hond hebben en Pim ze vooral eng vindt, maar dit boekje werkte echt niet bij ons. Jammer.

1 2 3 4